Author Archives: wvlancker

Op-ed in De Standaard: Kinderbijslag doet armoede onmiddellijk dalen

In een opiniebijdrage in De Standaard van woensdag 24 maart 2021 leg ik uit waarom ik het oneens ben met collega Stijn Baert (Ugent). Ja, er moet veel meer geïnvesteerd worden in de kinderopvang in Vlaanderen, en dan in het bijzonder in de kwaliteit en in de toegankelijkheid voor iedereen. Neen, dat geld moet niet van de kinderbijslag komen. Dat zou de kinderarmoede alleen maar doen toenemen, en dus geen enkel maatschappelijk probleem oplossen.

Als we meer willen investeren in kinderen, halen we dat geld dan bij beleid dat effectief de kinderarmoede doet dalen, of halen we het geld bij beleidsmaatregelen die niét effectief zijn? Bijvoorbeeld de miljarden Vlaamse lastenverlagingen die netto nauwelijks extra jobs opleveren. Ik weet wat de maatschappij het meest zal opleveren.

Lees het volledige opiniestuk hier

Op-ed in De Standaard: “Exit-strategie voor de sociale zekerheid

In De Standaard van zaterdag 9 januari 2021 schreef ik een opiniebijdrage over de toekomst van de sociale zekerheid. De volledige tekst kunt u hieronder lezen:

Een exitstrategie voor de sociale zekerheid

Wim Van Lancker
Professor sociaal werk en sociaal beleid, Centrum voor Sociologisch Onderzoek (KU Leuven).
Zaterdag 9 januari 2021 om 3.25 uur

Hoe bieden we genoeg inkomensbescherming en stabiliteit aan iedereen? Een groep experts zou zich over die vraag moeten buigen, schrijft Wim Van Lancker.

Doet corona de armoede stijgen, of niet? Aan de ene kant worden met de regelmaat van de klok onheilstijdingen bericht over stijgende armoede, lange rijen aan de voedselbanken en een sociale crisis zonder weerga. Deze krant schreef dat de vloer onder de welvaartsstaat wegzakt (DS 2 november). Aan de andere kant blijft het met een vergrootglas zoeken naar een rimpeling in de statistieken.

Wat weten we nu echt? Corona is geen gelijkmaker. De verspreiding van het virus en de maatregelen om die verspreiding tegen te gaan, hebben geleid tot een economische schokgolf. De Nationale Bank rapporteert voor 2020 een krimp van de economie met 6,7 procent. Maar die krimp treft niet iedereen in dezelfde mate. Sommige sectoren werden veel zwaarder getroffen dan andere. Voor de kleinhandel, de horeca en de culturele sector blijft het tot op vandaag onmogelijk om op een normale manier te werken.

Het zijn sectoren waar bovengemiddeld veel jongeren, kortgeschoolden, alleenstaanden, zelfstandigen en huurders werkers. Vaak zijn dat mensen met lage lonen en weinig spaargeld. De OCMW’s rapporteren een toename van vragen naar voedselhulp of schuldbemiddeling. De voedselbanken geven forse stijgingen aan van het aantal cliënten. Vaak zijn dat nieuwe gezichten, mensen uit de middenklasse die hun schroom moeten overwinnen om een voedselpakket af te halen. De onzekerheid waarin veel gezinnen worden gestort, onderschatten we het best niet.

Deksel op de snelkookpan

Maar waarom vinden we die indicaties niet terug in de cijfers over werkloosheid en armoede? De grootste impact op de arbeidsmarkt wordt opgevangen door het vangnet van de sociale zekerheid, zoals de tijdelijke werkloosheid voor werknemers en de overbruggingsrechten voor zelfstandigen. Dat vangnet werd ook soepeler toegekend en genereuzer gemaakt, waardoor het inkomstenverlies van de werkenden die er een beroep op kunnen doen, meevalt. Bedrijven in moeilijkheden krijgen uitstel van betalingen, en de regionale en federale overheden gaven er ook nog eens allerhande premies bovenop.

Omdat er geen actuele armoede­cijfers beschikbaar zijn, moeten die worden ingeschat. Recente simulaties van ons onderzoeksconsortium Covivat tonen dat de armoede in de maand april, op het hoogtepunt van de eerste golf, met 1,2 procentpunt geste­gen zou zijn. Het gaat over zo’n 135.000 mensen extra die in armoede zijn beland. Tegelijkertijd is het duidelijk dat de sociale zekerheid de grootste economische schok sinds de Tweede Wereldoorlog goed heeft opgevangen. Als het deksel op een snelkookpan houdt het de stijgende druk onder controle.

Maar binnen blijft het broeien, en ooit moet het deksel van de pot. Er is niet alleen nood aan een exitstrategie uit de lockdown, maar ook aan een exitstrategie voor de sociale zekerheid. En die twee zijn sterk met elkaar verbonden.

Vermolmde vloer

Net omdat het virus goed gedijt in omgevingen waar mensen dicht op elkaar leven en werken, zijn het de meest kwetsbaren die een grotere kans hebben om geïnfecteerd te worden. Mensen die bang zijn om hun inkomen te verliezen, zijn minder geneigd om quarantainemaatregelen op te volgen. Mensen die in krappe huizen wonen, hebben het moeilijker om in hun kot te blijven. Mensen die in sectoren werken waar afstand houden moeilijk is, kunnen vaak niet telewerken. Wanneer we de verspreiding van het virus willen tegengaan, moeten we dus ook de ongelijkheid in de werk- en leefomstandigheden van die mensen aanpakken. Dat betekent vooral dat de meest kwetsbaren fatsoenlijke inkomensondersteuning moeten krijgen.

Daar wringt het schoentje. Onze welvaartsstaat is omvangrijk, maar niet doelmatig. Wie geen beroep kan doen op de tijdelijke werkloosheid of het overbruggingsrecht, valt uit de boot. Van fatsoenlijke inkomens­bescherming is dan geen sprake. Het leefloon? Dat is geen effectieve stabilisator om de impact van corona op te vangen. Integendeel. Wie een leefloon wil, moet eerst het eigen spaargeld opgebruiken, om dan pas recht te hebben op een uitkering die ver onder de armoedegrens ligt. Dat is mensen niet opvangen, dat is ze dieper duwen. En als de vaccinatiestrategie op kruissnelheid is gekomen en het deksel van de snelkookpan mag, dan wordt een forse stijging van de werkloosheid verwacht. Voor corona toesloeg, leefde de helft van de ‘gewone’ werklozen al in armoede. Ook die mensen beschermen we onvoldoende. De vloer onder de welvaartsstaat ligt er nog wel, maar hij is vermolmd en wie er doorzakt, valt diep.

Focus niet op ouderen

Weinig mensen trekken nu nog de waarde van de sociale zekerheid en de gezondheidszorg in twijfel. Dat momentum moeten we aangrijpen om de noodzakelijke hervormingen door te voeren: hoe bieden we voldoende inkomensbescherming en stabiliteit aan iedereen?

Het is een teer punt in corona­tijden, maar: de focus moet daarbij niet op de ouderen liggen. Een verhoging van het minimumpensioen tot 1.500 euro is geen prioriteit. Dat zal veel politieke energie en vooral veel geld kosten, middelen die niet meer gebruikt kunnen worden om de weeffouten uit het systeem te halen. Sterker, de sociale uitgaven voor 65-plussers zijn in de voorbije jaren méér gaan herverdelen. De sociale uitgaven voor actieven en kinderen zijn minder herverdelend geworden. Daar zit de knoop. Ik stel een drietrapsraket voor:

1. Tijdens de coronacrisis is de gezondheidszorg de rots in de branding voor iedereen die zorg nodig heeft. Ze is deel van de sociale zekerheid en wordt vooral gefinancierd via sociale bijdragen, door de werkenden dus. Als de gezondheidsuitgaven dan stijgen, gaat dat ten koste van betere inkomensbescherming. Gezondheidszorg of inkomensbescherming? Onmogelijke keuze, beide zijn nodig. Haal de gezondheidszorg uit de sociale zekerheid en financier dat via de belastingen. Zo draagt iedereen bij.

2. Dat laat toe om in de sociale zekerheid te focussen op de kern van de zaak: fatsoenlijke inkomenszekerheid en bescherming tegen sociale risi­co’s zoals werkloosheid, ziekte, invaliditeit, ongeval of pensioen. Denk na hoe de sociale bijdragen hervormd kunnen worden, zodat minder mensen uit de boot vallen.

3. De sociale bijstand moet een echt sluitstuk van de welvaartsstaat worden. Draai de logica om. Eerst moeten mensen die nergens anders terechtkunnen, fatsoenlijk beschermd worden. Hogere leeflonen, minder voorwaarden. Pas daarna kan een tegenprestatie worden verwacht. Hier kan de filosofie van het basis­inkomen inspirerend zijn.

Het staat iedereen vrij om het daar grondig mee oneens te zijn. Maar wat we nodig hebben, is een plan. Breng naar analogie met de pensioencommissie een groep experts samen die wars van politieke voorkeuren en kortetermijndenken een blauwdruk maken van de sociale bescherming van de toekomst. En laat dan de politiek in alle transparantie beslissen. Want dat is dé opdracht voor Vivaldi: de welvaartsstaat weerbaar maken voor de volgende crisis, hoe die er ook zal uitzien.

Palgrave Handbook of Family Policy

The Palgrave Handbook of Family Policy

The Palgrave Handbook of Family Policy

Out now and available open access: the Palgrave Handbook of Family Policy, edited together with Rense Nieuwenhuis. 

This new open access handbook provides a multilevel view on family policies, combining insights on family policy outcomes at different levels of policy-making: supra-national organizations, national states, sub-national or regional levels, and finally smaller organizations and employers.

At each of these levels, a multidisciplinary group of expert scholars assess policies and their implementation, such as child income support, childcare services, parental leave, and leave to provide care to frail and elderly family members. The chapters evaluate their impact in improving children’s development and equal opportunities, promoting gender equality, regulating fertility, productivity and economic inequality, and take an intersectional perspective related to gender, class, and family diversity.

Interview: “Armoede vraagt om ambetante scholen”

Armoede is een maatschappelijk probleem. Klopt! Maar dat wil niet zeggen dat scholen en leraren niets kunnen doen. “Door met de juiste blik naar armoede te kijken, met ouders verantwoordelijkheid te delen en structureel samen te werken met de lokale overheid, giet je niet langer druppels op een hete plaat”, zeggen armoede-experts Griet Roets (UGent) en Wim Van Lancker (KULeuven).

armoede-experts Griet Roets en Wim Van Lancker

© Illias Teirlinck

Sinds de lockdown vorig schooljaar luiden de alarmbellen over armoede. We wisten toch al langer dat er een probleem was?

Wim Van Lancker: “Het onderwijs had al veel aandacht voor armoede. Vooral in beleidsplannen, schoolreglementen en onderwijsblogs. Niet altijd in daden. Nu ondervonden álle scholen het opnieuw aan den lijve. Het onzichtbare werd zichtbaar. Als kansarme leerlingen in de klas zitten, zie je of ze meedraaien. Maar als je online lesgeeft, ben je ze snel kwijt. Hoe komt dat? Ouders doen er alles aan zodat leraren en directeurs niet zien dat hun kinderen in armoede opgroeien. Om vooroordelen en stigma te vermijden, maar ook uit schaamte. Plots merken leraren ook in ‘rijke’ scholen dat er een probleem is.”

Griet Roets: “Veel leraren, zorgcoördinatoren, tot zelfs directeurs weten dat sommige gezinnen in armoede leven, maar zolang het kan, stellen ze een schoolplan tegen armoede uit. Maar een armoedebeleid mag niet in het bakje van individuele leraren zitten. Anders tikken collega’s en directie leraren die zich inzetten voor zo’n gezin zelfs op de vingers. ‘Dat is je taak niet!’. Ze zien de armoede wel, maar handelen toch niet armoedebewust. Tot nu, want kansarme kinderen zijn de eerste die je kwijt speelt tijdens afstandsonderwijs.”

Lees het volledige interview hier

New publication in The Lancet Public Health

Together with my colleague Zach Parolin (Columbia University, US), I wrote a commentary in The Lancet Public Health on the social impact of the coronavirus pandemic. In particular the school closures are likely to hit poor children the hardest. We argue that urgent action is needed to avoid the current health crisis becoming a full-blown social crisis. The piece can be read open access here: COVID-19, school closures, and child poverty: a social crisis in the making.